Wanneer insemineren?
Zodra een koe goed tochtig is; Dit kan zij alleen worden als zij goed in haar vel zit en helemaal gezond is. Stille tochtigheden treden al twee weken na afkalven plaats vinden, zij zijn niet zichtbaar voor de veehouder. Pas na zo'n 50 dagen en twee tochtigheidscycli is de cyclus op orde en kan de koe geinsemineerd worden. Er kunnen echter veel zaken anders lopen dan in deze ideale situatie. Het beste moment van insemineren is zo'n 8 tot 24 uur na het eerste begin van de tochtigheid. Ga bij veel 'mis' inseminaties liever vroeger dan later de dieren aanbieden voor inseminatie.
Kenmerken van goede tocht:
- Duurt zo'n 8 uur
- sta-gedrag
- nerveus en opgewonden
- bespringt andere koeien
- wordt besprongen
- gezwollen rode kling
- helder taai tochtslijm, soms tot op de grond
- daling van de melkgift
- daling van de voeropname
Tussenkalftijd
In Nederland ligt deze op ongeveer 410 dagen tussen de opeenvolgende kalvingen. Economisch gezien is er nogal wat discussie wat de interessantste tussenkalftijd zou zijn. Inmiddels is men tot de conclusie gekomen dat er met iedere dag winst een besparing gehaald kan worden van ongeveer 1 euro per koe. Het aantal inseminaties dat gemiddeld nodig is, is 1,8.
Hulpmiddelen bij tochtherkenning
Naast de aloude koekalender en vruchtbaarheidsziektekaart en natuurlijk het gebruik van bedrijfssoftware, zijn er andere hulpmiddelen denkbaar. Bijvoorbeeld gebruik maken van stappentellers of kleurstofcapsules die een afdruk op de staartbasis achterlaten.
Drachtigheidscontrole.
Een belangrijk onderdeel van het management rondom de vruchtbaarheid is het periodiek controleren van koeien die drachtig moeten zijn. Hierbij kunnen koeien op een vroeg moment herkend worden als zij om wat voor reden dan ook niet drachtig blijken te zijn. Tevens kan op dat moment bepaald worden of er afwijkingen zijn aan de geboorteweg, baarmoeder-hals, -hoornen en eierstokken.
Deze controle kan op twee manieren:
Manueel, dus door opvoelen kan door een geoefende dierenarts vastgesteld worden wat de afwijkingen zijn aan bovengenoemde onderdelen.
- Echografie, hierbij kan goed zichtbaar gemaakt worden wat de afwijkingen zijn in de baarmoeder of aan de eierstokken.
De dierenarts kan hieropvolgend een gefundeerd advies geven over de nabehandeling die plaats moet vinden.
MPR Pir-Dap
Een belangrijk hulpmiddel in de vruchtbaarheidsbegeleiding is de beschikbaarheid van de melkcontrole gegevens iedere 4 tot 6 weken voor de begeleidend dierenarts. Hieruit kan waardevolle informatie gehaald worden voor gebruik tijdens de begeleiding, maar natuurlijk is dit overzicht ook een goed alternatief of aanvulling voor de bedrijfssoftware.