Inloggen   Registreren     Dierenartsenpraktijk Deurne 

UiergezondheidAfdrukken  

Klinische mastitis komt op veel bedrijven in verschillende mate voor. Naast de behandelkosten speelt ook de ergernis een grote rol. Het niet kunnen leveren van melk in combinatie met het soms matige herstel van het uier is een in toenemende mate onderkend probleem in de Nederlandse melkveehouderij. Landelijk is hierom ook het UierGezondheidsCentrum Nederland opgericht, waaraan ook wij deelnemen. Doelstelling is om door middel van gerichte kennisverspreiding, veehouders beter te laten inspelen op de uiergezondheidsproblematiek.

Bij een klinische mastitis kan het van groot belang zijn om zo snel mogelijk te achterhalen wat de veroorzaker is. Om u hierin zo goed mogelijk bij te staan bieden wij u de mogelijkheid om melkmonsters in te leveren bij de praktijk. In de meeste gevallen heeft u dan binnen twee dagen een uitslag. In het geval van een Coli-mastitis ontvangt u zelfs nog sneller de uitslag. Naast de uitslag om welke veroorzaker het gaat ontvangt u ook een gericht behandeladvies aan de hand van een antibiogram. Een antibiogram is een test waarin bepaald wordt hoe sterk een antibioticum de groei remt van de bacterie.

Het achterhalen van de veroorzakers van de mastitis biedt u verder de mogelijkheid om een beeld te krijgen van de kiemen die specifiek op uw bedrijf van belang zijn. Indien hier een duidelijk beeld over gevormd is kan een veel gerichtere (preventieve) aanpak ingezet worden. Ook dit, het gebruik van een bedrijfsbehandelplan, is een van de speerpunten van het UGCN.

 

Productiederving

Door aantasting van het melkklierweefsel in geval van mastitis is groter dan menigeen denkt.

Onderstaande dalingen worden aangegeven bij de celgetalhoogte:

  • 1 liter daling bij celgetal tussen 140.000 en 250.000 cellen per ml
  • 2 liter daling bij celgetal tussen 250.000 en 500.000 cellen per ml
  • 3 liter daling bij celgetal tussen 500.000 en 800.000 cellen per ml
  • 4 liter daling bij celgetal tussen 800.000 en 1.600.000 cellen per ml
  • 5 liter daling bij celgetal tussen 1.600.000 cellen per ml

 

Algemene streefwaarden

Per bedrijf moeten deze natuurlijk aangepast worden aan de gewenste situatie:

  • Ruiming door uiergezondheid: minder dan 5%
  • Ontstaan van nieuwe mastitis gevallen: minder dan 3%
  • Aanwezige attentiekoeien < 15%, dus koeien boven 250.000 cellen per ml en vaarzen boven 150.000 cellen per ml.
  • Hierbij zou het tankcelgetal in ieder geval onder de 250.000 cellen per ml moeten blijven.

     

    Kosten

    Door klinische mastitis kunnen de kosten erg hoog oplopen, onderstaand ook de verdeling van de schadeposten per koe:

  • 0-3 maanden in lactatie € 277,-
  • 4-9 maanden in lactatie € 168,-

     

    Schadeposten:

  • productiederving 44%
  • behandelingskosten 18%
  • niet leveren van melk 16%
  • voortijdige afvoer 22%

    Om bovenstaande streefwaarden te bereiken is het nodig om als melkveehouder snel te reageren en alert te zijn op attentiedieren die onder andere op de MPR vermeld staan. Daarnaast is de Californian Mastitis Test nog steeds een goed bruikbaar hulpmiddel om vast te stellen of een verdacht kwartier ook daadwerkelijk een verhoogd celgetal heeft. De praktijk heeft ook de mogelijkheid om het celgetal in geval van subklinische mastitis via een sneltest in verse melkmonsters op de praktijk te onderzoeken, hierbij mogen de monsters niet ouder zijn dan 8 uur.

     

  •  Afdrukken  

    Subklinische mastitis

    Het aantal koeien met een verhoogd celgetal (subklinische mastitis) varieert zeer sterk tussen de bedrijven. In het celgetal zien we hier verschillen in van een tankcelgetal van 40.000 cellen/ml tot een tankcelgetal tot over de 400.000 cellen/ml. Management, maar ook voeding en de algemene dierziektestatus behoren vaak tot de hoofdoorzaken die deze verschillen tussen de bedrijven doen verklaren.

    Net als bij klinische mastitis is het hierbij ook belangrijk om een goede probleemdefinitie te vormen. Het achterhalen welke mastitisverwekkers het meeste voorkomen op uw bedrijf zijn ook hierin van groot belang.

    Dierenartsenpraktijk Deurne onderzoekt ook monsters van subklinische celgetal koeien. Voor het meten van het celgetal heeft de praktijk zeer specifieke apparatuur. Voordat er een bacteriologisch onderzoek gedaan wordt het celgetal bepaald. Hierdoor is het mogelijk om vier kwartiermonsters in te sturen en alleen een bacteriologisch onderzoek te doen op monsters met een verhoogd celgetal.

     

    (Sub)klinische mastitis bij vaarzen

    De laatste paar jaar is er veel onderzoek gedaan naar het voorkomen van (sub)klinische mastitis bij vaarzen. In tegenstelling tot koeien is de grens voor een subklinische mastitis bij een vaars op 150.000 cellen/ ml gezet (National Mastitis Council). Indien bij meer dan 15% van de vaarzen een hoger celgetal dan 150.000 cellen/ml heeft is het zeker rendabel om hier iets aan te doen.

     

    Hoe wordt de melk gemaakt?

    In onderstaande animatie ziet u hoe melk in de uier van een koe wordt geproduceerd.
    Klik op de pijlen om naar een volgend (of vorig) scherm te gaan.

     

    Samenstelling rauwe melk:

     

    De samenstelling van melk van de koe (ook wel 'rauwe melk' genaamd) verschilt naar gelang het seizoen of het voer van de koe. Globaal gaat het om de volgende stoffen:

    samenstelling van koemelk
    In melk zit vitamine A en D en B1, B2, B6 en B12, maar ook E en K. De mineralen zijn vooral calcium, verder onder andere fosfor en natrium. Hieronder vallen ook minieme hoeveelheden sporenelementen als ijzer, zink en koper. De koolhydraten zijn met name melksuikers.

    In de verschillende melkproducten vinden we deze voedingsstoffen terug. De halfvolle en magere producten bevatten minder vitamine A en D omdat deze in het melkvet voorkomen.

     

       BedrijfsbegeleidingBedrijfsvoeringJongveeopfokKlauwgezondheidLaboratoriumUiergezondheidVoedingVoortplanting
    Copyright 2008 Dierenartsenpraktijk Deurne   Privacybeleid