Arbeid is duur. Vooral als die van buitenaf moet worden aangetrokken. Extra arbeid die noodzakelijk is door tegenvallers moet dus zoveel mogelijk worden beperkt. Dit vraagt een gezonde koppel vee, die gemakkelijk produceert met weinig mastitis, weinig klauwproblemen en een goede vruchtbaarheid. En een koe die zijn genetische aanleg tot uiting brengt onder de omstandigheden waarbij deze aanleg is gefokt. Daardoor kunnen we er niet aan ontkomen ook te kijken naar de voeding in de Verenigde Staten en Canada: alfalfa, gras, maïs en graan.
Weerstand
Een zieke koe gebruikt (een deel van) zijn energie om te herstellen. Dit kost geld: de energie had ook kunnen worden gebruikt voor de productie, er is extra arbeid (veehouder, dierenarts) nodig om het herstel te bevorderen en het kan nodig zijn om diergeneesmiddelen te gebruiken. Daarom is het belangrijk dat een koe een goede natuurlijke weerstand heeft, waardoor ze minder kans heeft om ziek te worden. Daarnaast moeten de leefomstandigheden zodanig zijn dat de weerstand zo weinig mogelijk behoeft te worden ingeschakeld. Een goede huisvesting en een goede voeding brengen de koe in een goede gezondheid voor een optimale prestatie.
Mastitis
Mastitis is veelvoorkomende aandoening bij melkvee. Een uierontsteking kan ontstaan na een verwonding aan het slotgat of tepelkanaal, maar ook doordat de weerstand in het kwartier niet opgewassen is geweest tegen de voortdurende infectiedruk van buitenaf. De meeste gevallen van mastitis komen voor in de eerste maand na afkalven. Mastitis veroorzakende bacteriën worden normaliter aangepakt door witte bloedcellen, die vanuit het bloed naar de ontstekingshaard trekken. Onderzoek heeft aangetoond dat hiervoor in het uier bepaalde signaalstoffen worden aangemaakt, waarop witte bloedcellen de bloedbaan verlaten om de indringers te lijf te gaan. Deze signaalstoffen worden onder andere gemaakt uit vetzuren die in een normaal werkende pens worden gevormd door de pensbacteriën. Hiermee is een duidelijk verband aangetoond tussen een niet goed functionerende pensflora en de vatbaarheid voor mastitis.
Transitieperiode
De transitieperiode loopt van ongeveer drie weken voor het afkalven tot ongeveer drie weken na het afkalven. In deze periode gaat de melkkoe van een betrekkelijke rust in de droogstand naar een moment van afkalven en het op gang komen van de productie. Het rantsoen moet hierop worden aangepast om in de behoeften te kunnen voorzien: sneller verteerbaar en meer energie en eiwit. De pH (zuurtegraad) van de pens daalt hierdoor van 6.5-7 naar 5.5-6, waardoor bepaalde pensbacteriën niet meer kunnen leven, terwijl anderen juist in aantal toenemen. Deze omvorming (transitie) in de bacterieflora heeft enkele weken tijd nodig. Daarom moet hiermee reeds 2-3 weken voor de verwachte kalfdatum worden begonnen. Hiermee wordt ook de normale teruggang in voeropname in de laatste week voor afkalven voor een deel gecompenseerd. Met name brok kan hierin goed van pas komen om in een klein volume toch voldoende voeding te geven. De Engelsen noemen krachtvoer niet voor niets 'concentrates'.