Zoeken

De Aanschaf van een hond

Deze aanschaf moet nooit een opwelling zijn, stel jezelf de volgend vragen eerst eens:

  1. Waarom wil ik een hond?
  2. Kan ik de hond 3 tot 4 keer per dag uitlaten en de verzorging bieden die het nodig heeft?
  3. Heb ik voldoende tijd voor een hond, nu maar ook in de toekomst?
  4. Kan ik het financieel dragen, niet alleen de aanschaf en voer, maar ook de medische kosten van een hond?

Daarnaast spelen andere vragen een rol, zoals wat voor soort hond, ras of rasloos, wel of geen stamboom en waar koop ik mijn hond.

Koop voordat U een keuze heeft gemaakt, een goed hondenboek waarin U de verschillende rassen kan bekijken met hun raseigenschappen.
Als U kiest voor een rashond, dan weet U meer over wat U kan verwachten van het type hond als het de volwassen leeftijd bereikt heeft. Laat uw keuze niet alleen door het uiterlijk bepalen. Laat het karakter en het oorspronkelijk gebruiksdoel en ook uw eigen wensen qua gedrag en gebruiksdoel meewegen. Kies geen jachthond als U een schoothondje zoekt. Een rashond kan U het beste via de puppy bemiddeling van de rasvereniging kopen. Deze stellen strenge eisen aan de ouders in verband met bij dat ras voorkomende ziekten. Eisen die gesteld kunnen worden zijn o.a. rontgenfoto's voor heupdysplasie of oogonderzoek bij erfelijke oogafwijkingen. Laat U niet alleen door de aanschafprijs leiden, ook hier geldt goedkoop is vaak duurkoop, kies niet een zielige hond die van alles mankeert.

Belangrijk is dat de pup goed ontwormd is, door een dierenarts is nagekeken en geent is. Een grote hond is duurder in aanschaf, in voer, maar ook in medicijngebruik en operatiekosten. Bijna alle doseringen zijn op gewichtsbasis.

De keuze tussen een reu of teef is vaak een persoonlijke voorkeur. Teefjes worden 2 keer per jaar loops. Reuen kunnen wat dominanter van gedrag zijn.

Een goede hulp bij uw keuze kan het boek Toepoels puppywijzer zijn, waarvan hieronder een korte samenvatting gegeven wordt: 

Veel sterkte met uw zoektocht naar uw ideale hond.

  

De aanschaf van een nieuw gezinslid, een puppy!  

Een hond in huis is natuurlijk helemaal geweldig. Bij de opvoeding komen we toch nogal wat problemen tegen, niet omdat de hond dingen verkeerd doet, maar ook omdat wij mensen gewoon anders denken dan honden.

 

Het ruwe materiaal:

Het genetisch materiaal wat een pup meekrijgt van de ouderdieren, kan heel verschillend zijn. Belangrijk is het dus ons van tevoren te verdiepen in de verschillende raskenmerken. Alle honden zijn vroeger op bepaalde kenmerken gefokt: de teckel bijv. is gefokt voor de jacht op dassen en zal dus meer neiging hebben tot graven dan een Deerhound; die gefokt is voor de jacht op herten op grote snelheid. Bij een rashond zijn deze kenmerken gemakkelijker terug te vinden dan bijv. bij een kruising, waar we dus moeten proberen de moeder en vaderdieren wat te leren kennen. Er zijn nooit 2 pups in een nest hetzelfde, er zullen dus altijd verschillen zijn tussen de pups.

Een goede fokker zal altijd kunnen helpen met het maken van een goede keuze. Maar waar moet ik nou een hondje gaan kopen? Socialisatie is heel erg belangrijk, ook de eerste weken dat de pup nog in het nest is. Belangrijkste is dat hij opgroeit met soortgenoten, die hem de nodige dingen kunnen leren van de hondentaal. Maar net zo belangrijk is het dat de pup leert om te gaan met mensen. Opgroeien in een gezinssituatie, waar hij veel kennis maakt met vreemde geluiden, mensen, andere dieren zal hem alleen maar goed doen. Probeer onderscheid daarin te maken. Duidelijk mag zijn dat opgroeien in een schuurtje achteraf geen goede basis is voor een verder hondenleven in een gezin. Fokkers die de moederhond niet kunnen laten zien, of die aanbieden de pup wel even thuis te komen brengen waardoor er niet gezien kan worden waar deze is opgegroeid, zijn natuurlijk niet aan te bevelen.

De beste tijd om een hondje op te gaan halen ligt ongeveer tussen de 7 en 9 weken leeftijd. Zo heeft hij van tevoren voldoende kunnen leren in het nest en daarna begint de leerperiode in het gezin. Het kan zijn dat je dan dingen tegenkomt die je liever anders zou hebben gezien. Veel dingen kunnen we in die periode nog veranderen, of wat verdraaien met een goede opvoeding.

 

De wereld zoals een pup die ziet:

Een pup heeft een heel andere kijk op de wereld dan mensen. De rangorde binnen een roedel wolven is van cruciaal belang en ook in het gezin is het voor de hond belangrijk dat hij een plaats krijgt binnen een rangorde.
Honden communiceren door middel van de oren, staart, oogcontact, lichaamstaal en gezichtsuitdrukking.
Belangrijk is dus dat wij de hondentaal leren om zo beter te kunnen communiceren met onze honden.
Honden leven in een wereld van geuren. De hondenneus ruikt ongeveer 14 maal beter dan die van mensen. Ook kan hij beter geuren onderscheiden en zo ontdekken wie vrienden of vijanden zijn, gezondheidstoestanden, en voortplantingsvermogen ontdekken.
Vergeleken met mensen is het gezichtsvermogen een stuk minder ontwikkeld. Ze zijn niet kleurenblind, maar zien minder gedetailleerd. Wel kunnen ze beter zien in de schemering, en vallen bij hen dingen die bewegen meer op als dingen die op hun plaats blijven.
Het gehoor is scherp. Ongeveer 4 keer zo sterk als bij mensen. Ook hogere tonen kunnen ze beter horen, die mensen niet horen.

 

Het nieuwe gezin:

Mensen voeden hun kinderen vaak op zoals ze zelf zijn opgevoed. Ook zullen ze een pup hetzelfde opvoeden als ze hun kinderen hebben opgevoed. Een vrolijk druk gezin zal dus ook een drukke maar vriendelijke hond hebben. Een gezin waar spanningen en conflicten zijn, zal vaker ook een hond hebben die moeilijker in de omgang is. Bekijk alle verschillende kenmerken van het gezin en tel deze op bij de karaktereigenschappen van de hond, zo kun je ongeveer zien hoe de hond zal worden als hij volwassen is. Bedenk of een goede cursus bij zal gaan dragen aan een evenwichtige opvoeding, en de voorwaarden zijn geschapen voor een opvoeding waar het hele gezin plezier aan beleeft.
Bij alleenstaanden is het belangrijk dat de socialisatie goed gebeurt. Vaak is de relatie tussen de baas en de hond zo sterk, dat de hond minder makkelijk wordt met vreemden, of de baas overmatig gaat beschermen. In een gezin met kinderen is het vaak veel drukker, waar juist minder tijd wordt besteed aan de opvoeding van de pup. Belangrijk om te weten is dat kinderen niet geschikt zijn om een pup op te voeden. Tactvol toezicht houden op het spelen van de kinderen met de hond is een begin. Bedenk een goede basis om samen de pup op te kunnen voeden.

Veel mensen kopen op een moment nog een hond erbij, als gezelschap voor de oudere hond die al in het gezin is. Belangrijk is dat het contact tussen de 2 honden wat beperkt wordt, zodat de nieuwe pup leert wat mensentaal is, en de omgang met mensen leert kennen.
Als je de pup zijn gang laat gaan, zal hij de andere hond altijd verkiezen boven zijn baas omdat die dezelfde taal spreekt, van dezelfde spelletjes houdt en zo geen behoefte heeft aan aandacht van de baas. Het is belangrijk dat ook de pup alleen leert te zijn, en alleen met zijn baas samen kan spelen.
Als er andere huisdieren in huis zijn, zoals konijnen of cavia’s, moeten ze onder toezicht regelmatig met elkaar kennis kunnen maken, zodat ze elkaar leren te accepteren.

 

Ontwikkelingsstadia en onze rol daarin:

0-2 weken: de oogjes zijn nog dicht, de pup brengt deze periode slapend en drinkend door.

3-4 weken: overgangsperiode.
De melktandjes komen door, de pup leert lopen en vloeistoffen oplikken. Tegen het einde van de 3e week gaan de oren open.
Belangrijk is dat de fokker in deze periode al begint met de pups aan lichte prikkels te laten wennen.

3-12 weken: socialisatieperiode.
3e tot 5e week: de moeder begint de jongen wat discipline bij te brengen, door grommen. Het gezichtsvermogen, de reuk en het gehoor worden beter. De pup begint vast voedsel te eten en te kwispelen met zijn staartje. Met 4-5 weken speelt hij spelletjes, gromt, rent en leert hij de omgang met andere nestgenoten.

5e tot 8e week: Oorbewegingen en gezichtsuitdrukkingen zijn te zien. Het spenen begint. De pup is nieuwsgierig en vol lust tot onderzoeken.
Dit is de geschiktste periode om naar de nieuwe eigenaar te gaan.

8e tot 12e week: hij zal de plaats in de rangorde gaan inschatten, en gedrag gaan vertonen om de baas het naar zijn zin te maken (will to please)

3-6 maanden: jeugdperiode.
De pup is nog steeds afhankelijk van de baas, belangrijk is dat nu wordt begonnen met het opvoeden. De pup kan zich concentreren, en omgaan met nieuwe situaties. Ook zal hij beginnen met wisselen, en alles onderzoeken door erop te gaan knagen.

6-12/18 maanden: adolescentie.
De jonge hond wordt volwassen, een teefje wordt loops. Volhouden in eerdere geleerde dingen is belangrijk, puberteit bij kinderen lijkt veel op deze periode!

12/18 maanden: volwassenheid.
Het karakter is gevormd, en de hond is fysiek volwassen. De hond zal zich blijven ontwikkelen tot een leeftijd van ongeveer 3 jaar, waarna er meestal geen grote veranderingen meer plaatsvinden.

 

Het leven met een nieuwe pup: het begin:

De eerste indruk is erg van belang. Zorg ervoor dat de eerste kennismaking met andere honden of bijvoorbeeld een kat onder begeleiding gebeurt.
De eerste nacht is voor iedereen moeilijk. Waarschijnlijk is het een drukke dag geweest en is de pup moe van alle indrukken die hij heeft gekregen. Een dekentje uit het nest kan helpen om hem een eigen vertrouwt plekje te geven. Er zijn verschillende manieren om het de eerste nachten alleen door te laten brengen. Als je ervoor kiest om de pup meteen op zijn eigen plek te laten slapen, is het belangrijk ervoor te zorgen dat als hij herrie begint te schoppen er niet op te reageren. Zo leer je hem dat herrie maken aandacht is van de baas. Beter is om er dan ook niet op te reageren en die paar nachten af te wachten. De pup zal zo leren dat het geen zin heeft en het wordt dan ook vanzelf beter.
Een bench is een prima oplossing voor en eigen plekje. Zo kun je hem af en toe dwingen om even te rusten, of als je zelf even druk bezig bent hem leren om rustig te zijn. De beste plaats is een plek waar je toezicht op hem hebt, maar ook even uit het zicht kunt gaan wanneer hij moet slapen.
Gebruik de bench niet om hem straf te geven, hij zal deze dan niet als prettig gaan ervaren. In het begin kan het handig zijn om hem te belonen in de bench, zodat dit een fijn plekje wordt voor de pup.
Regelmaat is belangrijk om alles wat gemakkelijker te maken. De hond is een gewoontedier en zal daardoor sneller leren

 

Socialisatie:

De pup kan worden ingeënt met 6 weken zodat hij beschermt is tegen ziektes die andere honden kunnen overbrengen. Met 9 en 12 weken vinden nog 2 entingen plaats waarna de bescherming van de pup optimaal is. Belangrijk is in de tussenliggende weken op te passen voor besmetting, maar wel al te starten met socialisatie. Zorg dat alle ervaringen positief zijn en vermijd zo veel mogelijk negatieve ervaringen. Beloon hem voor goed gedrag, probeer hem niet te veel te straffen voor slecht gedrag. Belonen werkt beter dan straffen!
Toon geen medelijden als de pup angstig wordt, maar leid hem af en beloon hem dan voor zijn vrolijke reactie daarop.
Ontdek zijn grenzen en probeer deze elke dag wat te verleggen.

 

Zindelijk maken, de eerste les:

Een pup zal van nature zijn eigen nest niet bevuilen, en ergens anders zijn behoefte willen doen. Ga op vaste tijdstippen naar buiten, tenminste ieder uur, maar ook na het wakker worden, eten, spelen, opwinding en na het oefenen. Wacht geduldig tot hij zijn behoefte doet en beloon hem iedere keer met dezelfde woorden. Ongelukjes in huis gebeuren, en straf de pup er niet voor. Als je hem op heterdaad betrapt kan je hem wel meteen oppakken, naar buiten gaan en geduldig wachten tot hij verder gaat en hem dan belonen.
Als je te laat bent met reageren heeft het geen zin hem te straffen, de hond heeft maar een heel kort geheugen. De tijd dat het duurt voordat de pup zindelijk is, is per pup verschillend. Hoe meer tijd je erin stopt, hoe sneller de pup zindelijk zal zijn.
Gemakkelijk is om een commando te koppelen aan het doen van de ontlasting. De hond zal dan sneller begrijpen wat je buiten gaat doen, en wat hij zelf moet doen.


De roedel aanvoeren:

Jonge dieren die opgroeien in een roedel leren hun plaats daarin kennen door confrontaties. Belangrijk wat je meteen bij de pup aan kunt leren is dat hij de laagste in rang is. Een hond die zich ondergeschikt gedraagt naar mensen is makkelijker in de omgang, en zal makkelijker bevelen op gaan volgen. Een hond die denkt dat hij de leider is neemt zelf besluiten, en zal geen commando’s opvolgen. Het mag duidelijk zijn dat dit in onze samenleving geen doen is.

Een goede leider zorgt ervoor dat alle leden van het gezin zich op zijn gemak voelen en zich veilig voelen. Als de pup jou begrijpt zal hij je respecteren en volgen.
Belangrijke aspecten zijn:
-Het winnen van spelletjes
-Slaapplaats en territorium
-Volgorde waarin wordt gegeten
-Aandacht en verzorging

 

De baas zijn in het spel:

De pup moet eerst enthousiast gemaakt worden voor een spel te willen spelen. Pas later kun je gaan leren dat hij ook dan beheerst en voorzichtig moet zijn. Wachten en terugkomen zijn belangrijk in spellen zoals jagen en apporteren.

-Leer de pup dat hij niet op bed mag (in de roedel hebben de hoogste in rang de beste slaapplaats)
-Meubels zijn er voor mensen, niet voor onze honden (zorg dat je zelf altijd hoger zit dan de hond)
-Ga altijd als eerste door een deur (voor honden is het door een deur gaan een grens van een nieuw territorium)
-Als de pup ergens ligt, stap er niet overheen, maar laat hem voor jou aan de kant gaan.

Eten is erg belangrijk. De leider eet als eerste, en de rest van de roedel eet later. Geef geen eten aan tafel, maar pas als je zelf klaar bent met eten, en dan in de eigen bak van de hond.
En hou dit vol! Consequentie is het sleutelwoord!

 

Goede manieren:

Goede manieren zijn gemakkelijker aan te leren, dan slechte manieren af te leren. Leer de pup om te gaan met verschillende ontmoetingen met mensen zodat hij niet tegen iedereen aanspringt. Probeer dit eerst met de halsband en riem nog aan, zodat je hem kunt beperken tot springen. Leer mensen ook hoe ze met een pup moeten omgaan, door zelf een beetje te hurken.
Hetzelfde geld voor ontmoetingen met mensen met een andere honden. Het kan zijn dat deze niet willen dat de hond hen komt begroeten. Probeer hem dan af te leiden met iets lekkers of een speeltje, zodat je zelf leuker blijft om naar te kijken en mee naartoe te gaan, in plaats van naar de andere hond toe te willen trekken.

Leer de pup dat hij voorzichtig moet zijn met aannemen van voedsel. Probeer dit eerst met een gesloten hand, die je voorzichtig opent en stil houdt. Hij heeft dan niet te neiging om het snel te willen pakken en zal voorzichtig reageren.

Ook het reizen in de auto kan nogal een indruk zijn voor de jonge pup. Bouw dit langzaam op, en probeer steeds kleine stukjes uit, waarin je goed let op je rijstijl, zodat de hond niet door de auto wordt geslingerd en er een goede indruk aan overhoudt.

Copyright 2012 Dierenartsencombinatie ZuidOost   |  Privacybeleid  |  Gebruiksovereenkomst  |  KvK: 17274188